‘Er komen steeds meer vrouwen op topposities. Maar we zijn er nog niet.’
Leesduur 10 minuten

Vrouwendag: ‘Steeds meer vrouwen op topposities. Maar we zijn er nog niet.’

Het is Internationale Vrouwendag! Met topvrouwen Thea de Vries (sinds twee jaar secretaris-directeur bij de Vervoerregio) en Claudia Zuiderwijk (nu anderhalf jaar algemeen directeur GVB) spreken we over hun eigen carrière, hoe ze vrouwen in hun organisaties willen inspireren en de veranderingen op het gebied van man-vrouwverhoudingen. ‘Er komen steeds meer vrouwen op topposities. Maar we zijn er nog niet.’

Tot voor kort waren vrouwelijke leiders in het ov nog niet zo vanzelfsprekend. Hoe is jullie ervaring? Merk je daar nu nog wat van?

Thea: Thea: In maart 2019 stond er een artikel in OV-Magazine: ‘de vakmannen van het ov’. Met maar liefst 13 mannen. Nu zou het eigenlijk tijd zijn voor een vervolg: ‘de topvrouwen van het ov’. Overal zie je dat het aantal vrouwen op topposities toeneemt. Bij NS, GVB en de Vervoerregio staan nu vrouwen aan het roer. En ook mijn counterpart bij de Metropoolregio Rotterdam Den-Haag (MRDH) is een vrouw: Christel Mourik. Bij de overheid zie je ook een duidelijke verschuiving: er komen steeds meer vrouwen op belangrijke posities – ook bij gemeenten en ministeries.

Claudia: Het is nu inderdaad iets beter geworden, zoals Thea zegt. Het scheelt dat Marjan Rintel nu bij NS de hoogste baas is en Thea en ik hier in Amsterdam zitten. En het is mooi dat we met Vivianne Heijnen nu een vrouw als staatssecretaris op I&W hebben. Maar ik ga er natuurlijk voor dat we ooit een 50/50 man-vrouwverhouding hebben in het ov. Als je naar alle ov-bedrijven in Nederland kijkt, doet GVB het zeker niet slecht. Maar ik weet wel zeker dat we ov-breed (dus de private en publieke sector samen) nog niet op die eerste mijlpaal van 30 procent aan leidinggevenden zitten die we als wettelijk streefcijfer in Nederland hebben gesteld*. Want ik kan de vrouwen op topposities binnen het ov op een hand tellen. En het is wel belangrijk want als er in directies en RvC’s (Raden van Commissarissen) vrouwen op leidinggevende posities zitten, maakt dat het ook gemakkelijker om die afspiegeling top-down door de hele organisatie door te voeren. Als je alleen maar mannen aan de top hebt in leidinggevende posities, is het lastiger om in het hele bedrijf op een 50-50 verdeling uit te komen. Er is dus zeker nog werk aan de winkel.

Hoe is het nu in jullie organisatie met de man-vrouw verhoudingen?

Thea: Toen ik bij de Vervoerregio begon, bestond de directie helemaal uit mannen. Met mijn komst zaten we op een verhouding 66/33 maar inmiddels hebben we Peggy Laurs als adjunct directeur Bedrijfsvoering en Financiën aangetrokken. Dus nu hebben we in de directie een fifty-fifty verhouding. Dat is een flinke verandering. Ook het management bestond twee jaar geleden voornamelijk uit mannen. Ook daar groeien we naar een evenredige verdeling toe. Ik vind die balans mooi, het doet iets met de cultuur in de organisatie.
Claudia: Als ik kijk naar de Raad van Commissarissen, gaat het goed bij GVB! Daar is de verhouding nu 66/33 procent, dat is goed als je kijkt naar het eerste wettelijke streefcijfer*. Daar is ook echt aandacht aan besteed dus daar ben ik trots op. Met de directie doen we het ook goed: de verhouding is 60/40 procent. Maar op management- en medewerkersniveau is er bij GVB het nodige werk te doen: Daar zitten we op 26 procent vrouw versus 74 procent man.

Wat is voor jullie het ideaalbeeld?

Claudia: Uiteindelijk wil ieder bedrijf naar 50-50 procent. Dat is ook je taak als bedrijf: een afspiegeling van de samenleving zijn. Maar laat ik realistisch zijn. Laten we eerst eens naar de eerste stap van 30/70 streven die ook bij het vrouwenquotum op topposities is vastgesteld. Op de meeste kantoorafdelingen hebben we die afspiegeling ook wel. Maar een deel van dit bedrijf bestaat uit technische beroepen, zoals railbeheer en onderhoud. Daar zitten we echt nog niet op die percentages. En beroepen als trambestuurder en -conducteur spreken vrouwen minder aan – ook als gevolg van de onregelmatige werktijden en avonddiensten. Wij moeten er dus best hard aan werken om in die bedrijfstakken de eerste stap van dertig procent te halen. Dat is de realiteit.

Thea: Bij de Vervoerregio hebben we die gelijkwaardige verhoudingen al wel. Maar dat is ook een andere wereld dan die van de uitvoering zoals bij GVB. Bij de Vervoerregio ligt het opleidingsniveau hoger en werken ook minder mensen met een echt technische achtergrond. De volgende stap bij ons is een betere afspiegeling van de samenleving en meer diversiteit.

Op welke manier willen jullie vrouwen trekken en aantrekkelijk zijn/blijven voor hen?

Claudia: Aan de ene kant doen we dat sowieso door goed werkgeverschap. Het aantrekkelijk maken van het werk met goede secundaire voorwaarden en het bieden van perspectief. En natuurlijk gelijke salarishantering bij gelijke functies. Ook heel belangrijk is het bieden van een veilige werkomgeving. Daar werken we hard aan. We hebben even een standstill gehad tijdens corona maar de trajecten over omgangsvormen en bejegening worden nu weer opgestart. We werken aan die cultuur: we willen het met elkaar fijn hebben in een diverse werkomgeving. Dat gaat dus niet alleen over gender maar over diversiteit in brede zin: hoe doe je het met elkaar? Daarnaast vind ik dat we ook nog beter moeten nadenken over het sturen op diversiteit. Bij vacatures moeten we nog scherper kijken: wat is de setting en hoe is de verdeling? Bij gelijke capaciteiten moeten we ervoor kiezen de diversiteit omhoog te krijgen. Daar zullen we zeker op gaan sturen.

Thea: De Vervoerregio is al aantrekkelijk als werkgever voor vrouwen, denk ik. We hebben een cultuur waarin de verhoudingen evenwichtig zijn op alle niveaus. Daarbij is het voor mij heel natuurlijk om die gelijkwaardigheid ook vast te houden als het gaat om ontwikkeling van talent of het doorgroeien naar een volgende functie.

Hoe inspireer je vrouwen binnen je organisatie?

Thea: Ik probeer te laten zien dat het niet uitmaakt dat je een vrouw bent, door vooral gewoon mijn werk goed te doen. Ik hoop dat vrouwen hierdoor inzien dat ook zij een topfunctie kunnen bekleden.

Claudia: De uitstraling van vrouwelijke rolmodellen is wel belangrijk in een bedrijf. Dat geldt voor mijzelf – maar ook wat je bijvoorbeeld uitstraalt in vlogs en de afbeeldingen van conducteurs en bestuurders op onze trams. Die geven nu wel de diversiteit weer waar we uiteindelijk naar streven – met zowel vrouwen en mannen als mensen van kleur. Diversiteit in de brede zin vind ik belangrijk, daar wil ik nog meer op gaan sturen.

Hoe willen jullie een toekomstige generatie meiden warm krijgen voor een toekomst in deze sector?

Thea: Bij de Vervoerregio werken vrij veel jonge vrouwen in hun allereerste baan. Het is mooi om te zien hoe zij zich ontwikkelen en ik wil iedereen graag de kansen geven om te groeien. De Vervoerregio is een vrij kleine organisatie dus ik hoop altijd dat we veel van het talent kunnen vasthouden voor de mobiliteitssector, die breed, interessant en maatschappelijk relevant is. Ik ben er benieuwd naar of de wereld van openbaar vervoer, projecten en infra interessant genoeg is voor jonge vrouwen om te blijven na hun start bij de Vervoerregio.

Hoe kunnen we deze jonge vrouwen blijven boeien en binden voor de toekomst?

Claudia: Ja, ik ben wel eens bang dat meiden bij een bedrijf als GVB het idee hebben dat het hartstikke technisch is. Of erger nog: dat het een heel ambtelijk bedrijf is. Maar GVB is juist een heel aantrekkelijk bedrijf voor meiden! Als ik kijk naar de verschillende functies en rollen die er zijn, zie ik juist een schatkist aan mogelijkheden! Uit onderzoek blijkt dat vrouwen heel goed te interesseren zijn voor technische functies, vooral ook als het te koppelen is aan milieu of aan andere thema’s. Bij ons zit techniek ook altijd op een toepassingsgebied van iets wat heel tastbaar is. We hebben een verbindende functie in de stad. En we proberen het ov ook toegankelijk voor mensen die daar ook echt afhankelijk van zijn. Ik denk dat er voor ons ook een taak ligt om tastbaarder te maken dat GVB vooral een mensenbedrijf met een enorme maatschappelijke waarde. Daar zitten zeker vleugjes techniek in maar die gaan tegelijk ook over toepassingsgebieden die meiden heel erg aanspreken. Daarom werken we ook mee aan initiatieven zoals JINC waarbij scholieren kunnen meelopen en Girls Day – een initiatief van het VTHO, een expertisecentrum genderdiversiteit en beta-techniek en ICT – om die rolmodellen goed te laten zien.

Wat is verder van belang als het gaat om de toekomst van jonge meiden?

Claudia: Ik vind het heel belangrijk om vooral ook de ‘fun’ benadrukken die werk en een carrière met zich meebrengen. Ik zou meisjes en meiden daar ook toe willen oproepen: laat die kant van je nooit teloorgaan! Of je nou wel of geen partner wilt later, of je wel of geen kinderen wilt. Bomt niet. Zorg altijd goed voor jezelf en de talenten die je gegeven zijn. Omdat dat een deel van je identiteit en je zelfbewustzijn is. En omdat het ontzettend fijn is je talenten ruim baan te geven en om ergens van betekenis te zijn. Daar zou ik een warme lans voor willen breken. Dat doet je recht als vrouw.

Thea: Ik vind het heel belangrijk dat meiden ook opgroeien met het idee dat alles mogelijk is: ik kan ook ergens manager of directeur worden of de beste in mijn vakgebied; ik kan ook medebepalend zijn. In die zin hebben we een voorbeeldfunctie. Als ik naar mijn eigen twee dochters kijk, denk ik dat het voor hen helemaal geen issue is. Die denken daar niet eens over na! Voor hen is het meer de vraag: wil ik dat? Ik denk dat de huidige generatie tieners heel vrij is hierin.

Denk je dat we vrouwendag over tien jaar nog nodig hebben?

Claudia: Ik vrees van wel. Er verandert wel wat maar dit topic wordt nog niet echt als urgent erkend. We hebben het er wel over maar er wordt niet overal de urgentie gevoeld. Ik ben zelf gedreven om daaraan bij te dragen waar ik kan. Je ziet dat als je diverse teams hebt, de cultuur beter is en een bedrijf beter presteert. Daar zijn heel veel onderzoeken naar gedaan. Wat helpt is het instellen van een quotum. Daar ben ik inmiddels wel een voorstander van. Als we dat nog wat harder en zwaarder doorvoeren dan gaat dat helpen. En als het quotum eenmaal goed is dan gaat het vanzelf lopen. Dán is Vrouwendag misschien niet meer nodig. Maar ik vrees gezien de snelheid waarmee de situatie verandert dat we het nog heel lang nodig hebben.

Thea: Zeker! Het is Ínternationale Vrouwendag – en het is niet overal zo goed geregeld als hier. Vrouwen in bijvoorbeeld Derde Wereldlanden hebben vaak een veel slechtere positie dan hier; daar zijn nog veel stappen te zetten voordat de verhoudingen man/vrouw overal ter wereld gelijkwaardig zijn. En in Nederland is het nog steeds nodig om quota te stellen om vrouwen op topposities te krijgen. Dus we zijn er nog niet!

© GVB september 2022