Het chassis en de carrosserie zijn hier zojuist samengebracht. Foto: Arthur Staal
Leesduur 4 minuten

Hoe bouw je een elektrische bus?

“Vrij simpel, in 14 stappen”, vertelt Erwin Brakenhoff ons. Erwin begeleidt de productie van in totaal 31 fonkelnieuwe elektrische bussen, waarvan de eerste in januari wordt geleverd. Dat blijkt al snel een enorme operatie te zijn waar tientallen toeleveranciers, kwaliteitscontroleurs en een legertje aan monteurs bij betrokken zijn. Erwin neemt ons mee door de productiehallen van VDL, gevestigd in Roeselare, België.

Het hart van de nieuwe bus: de elektrische motor van Siemens.

De 160 kW zware elektromotor van Siemens vormt het hart van iedere elektrische bus. Bij gelede bussen is deze 210 Kw.

Erwin is een regelmatige bezoeker van de vestiging in België: “Ik kom er meerdere keren per maand. Wel een flink stuk rijden: Roeselare ligt in het hart van België. Het is belangrijk dat we het productieproces goed volgen. Zo kunnen we eventuele problemen snel samen oppakken met VDL en bovendien begrijpen we zo goed hoe de bus precies in elkaar steekt. Daar doen we ons voordeel mee bij het beheer en onderhoud, dat zijn we nu natuurlijk al aan het voorbereiden”.

Randapparatuur die nog moet worden ingebouwd in de elektrische bus

Hier zijn drie inbouwunits te zien: de elektrische bussen zitten tjokvol apparatuur en vele kilometers leidingen.

Stap 1: de basis van de elektrische bus

“De productie start in Eindhoven waar VDL het chassis maakt”, legt Erwin uit. “Het onderstel van de bus bestaat uit verschillende modules, die ieder bestaan uit de draagconstructie met wielen, wielophanging, wielkasten en een deel van het leidingwerk. In België monteert VDL de vloerdelen zodat de basis van de bus herkenbaar wordt. Bij de gelede bussen plaatst men vervolgens de zogenaamde draaikrans. Dit onderdeel verbindt de achterwagen met de voorwagen en maakt dat deze ten opzichte van elkaar soepel kunnen bewegen”.

Elektrische bus met gemonteerde vloerplatemn

De bouw van de elektrische bus begint bij de productie van het chassis. Hier zijn de vloerplaten al gemonteerd.

Topzware dakconstructie

“De volgende stap bestaat uit de productie van het dak, dat verschilt nogal van bijvoorbeeld de oude dieselbussen”, zo licht Erwin toe. “De elektrische bus heeft net als de tram zometeen een pantograaf: hiermee kan de bus laden bij de diverse laadstations die momenteel geïnstalleerd zijn op o.a. station Sloterdijk en Garage West. Op iedere gelede bus liggen zometeen 12 batterijmodules die samen (nominaal) 600 volt gelijkstroom leveren voor de aansturing van alle systemen aan boord. Dat is hard nodig ook: de compressor, klimaatinstallatie en computersystemen vragen het nodige vermogen. Het overgrote deel van de beschikbare energie gaat natuurlijk naar de krachtige 210 kW zware elektromotor.”

De bus kort voordat deze naar de spuiterij gaat.

De elektrische bus kort voordat deze naar de spuiterij gaat om het metaal van een beschermende onderlaag te voorzien. De wandplaten worden later gemonteerd.

Van buiten naar binnen

“Vervolgens wordt het dak verbonden met de vooraf klaargezette zijwanden. Deze constructie monteert VDL vervolgens op het chassis. Zo krijg je dus het geraamte van de elektrische bus. Na het monteren van de kop van de bus worden de staaldelen gespoten en start het afmonteren”, weet Erwin. “Dit begint met het leggen van de laminaat vloerbedekking. Daarna worden de zijpanelen en beglazing gemonteerd en dan lijkt ie aan de buitenkant eigenlijk al redelijk af. Dan moet al het binnenwerk nog gebeuren: de installatie van communicatie en informatiesystemen, het plaatsen van de stoelen, het dashboard en allerlei andere zaken. Pas als het interieur af is volgt de installatie van de batterijen op het dak. Spannend, want daarna kan de bus echt ‘aan’ en blijkt of alles onderling goed is verbonden”.

Bouw van elektrische bus

Deze bus heeft nog wat aandacht nodig, maar begint al aardig te lijken op het eindresultaat.

Kwaliteitscontroles

Wie denkt dat het dan wel zo’n beetje gedaan is, komt bedrogen uit. Er vinden namelijk nog talloze kwaliteitscontroles plaats. De bus krijgt een beschermlaag aan de onderzijde (tectyl) en de bouwers controleren de carrosserie vakkundig op waterdichtheid. Beschadigingen die tijdens de productie zijn ontstaan worden ook nog allemaal nagelopen en hersteld. Als dit alles erop zit begint VDL zelf met het maken van een eerste testrit. Erwin: “de productie van iedere bus kost grofweg zo’n 4 weken. De kwaliteitscontroles hierna nemen alles bij elkaar makkelijk 5 weken in beslag. De controles zijn dan ook omvangrijk en zorgvuldig”.

Bouw elektrische bus is hier bijna voltooid.

De laatste bouwfase: de bus is hier nagenoeg voltooid. Foto: Arthur Staal.

Wanneer gaan de elektrische bussen rijden?

GVB ontvangt de eerste elektrische bus naar verwachting in de tweede helft van januari 2020. Erwin: “Dan gaan we natuurlijk eerst zelf goed testen, de bus zal dan ook al te zien zijn in de stad al nemen we dan nog geen passagiers mee. Dat gaan we doen vanaf medio februari. We starten op lijn 22. Natuurlijk hebben we dan nog lang niet alle elektrische bussen binnen, dat is volgens de huidige planning eind maart het geval”.

© GVB may 2020